Gymnocladus

Zwellende knoppen aan de Gymnocladus dioica. We vonden dit een heel interessante boomsoort: goed silhouet, groot dubbel geveerd blad, bloei in zomer gevolgd door flinke peulen in het najaar en een goede herfstkleur. En toen we hoorden dat de Nederlandse naam Doodsbeenderenboom is, waren we om. Hoe toepasselijk om aan te planten in een tuin tegenover een kerkhof! Het is ook een experiment: zijn ze voldoende bestand tegen de bijna altijd aanwezige wind? We zullen het zien. Het begin is in elk geval veelbelovend.

Voortuin

Het is nu tien dagen geleden dat we samen met Carrie Preston startten met het inplanten van de voortuin. De beplanting heeft het niet gemakkelijk: de meeste planten zijn nog jong en broos en de zon brandt genadeloos, de wind is hard en guur. We geven voorzichtig water, mondjesmaat. Dat gaat goed, de meeste planten zien er gelukkig uit. En wát ben ik blij met de Tiarella ‘Sugar and Spice’ van Coen Jansen uit Dalfsen. Op De Pullenhof al een van mijn favorieten, ook hier steelt ze al binnen een week de show, in combinatie met Lunaria annua ‘Chedglow’ en Corydalis tenuifolia ‘Chocolate Stars’ van Pieters Planten, onder onze Magnolia van kwekerij Ebben. Wat heeft Nederland toch een geweldige goede kwekers, met een fantastisch assortiment!

Kievitseitjes

Het is ons tweede voorjaar hier. Afgelopen najaar plantten we 200 Fritillaria meleagris (Kievitsbloemen) in wat een bomvolle (of beter gezegd: bolvolle) stinzenweide moet gaan worden. Zo te zien voelen ze zich thuis!

Lente in de boomgaard

Natuurlijk wachten we vol spanning de ontwikkelingen in de boomgaard af. Karakteristieke appel- en perenbomen zijn in maart geleverd en geplant door Wico Alkema. Daarmee herstellen we de oude luister van de boomgaard. De knoppen zwellen en wij kunnen haast niet wachten op de bloesemwolken .

Maar natuurlijk zijn het de pruimen die als altijd het eerst in bloei komen. Bescheiden, sneeuwwitte bloemen tegen een strakblauwe lucht, hoe meer lente kan het worden? De boom op de foto is waarschijnlijk een Wichter, een pruimensoort die oorspronkelijk vooral in de Friese Wouden werd geteeld. Ze lijkt wel wat op de mirabellen die je in Frankrijk kunt vinden.

Wichters rijpen eind augustus. Dat ze rijp zijn, zie je doordat er dan roodbruine puntjes op de groengele vruchten komen. De vruchten zijn sappig en zoet. Niet te lang wachten met plukken, want dan kunnen ze zuur worden.

Op een website over streekproducten uit de Friese Wouden las ik dat de Wichter traditioneel van generatie op generatie wordt verspreid door wortelopslag af te steken. De Wichter wordt dus niet geënt, in tegenstelling tot vrijwel alle fruitrassen.

Er zijn diverse variëteiten. Fruitkenner Jan de Boer uit Boelenslaan onderscheidt onder meer het Harkemaster en het Jistrumer type.